Nederland kiest het non-binaire voornaamwoord

tg-symbool-200Geen hij, geen zij, maar …

Taal maakt de wereld waarin wij leven begrijpelijk. Door taal kan je zelf uitleggen wie je bent. Maar de Nederlandse taal heeft een gebrek. Wie zich man noch vrouw voelt wordt in de Nederlandse taal namelijk niet erkend. Daar gaat nu verandering in komen.

Transgender Netwerk Nederland start een online verkiezing voor het non-binaire voornaamwoord. In Nederland komen namelijk steeds meer transgender personen er voor uit dat ze non-binair zijn. Dat betekent dat ze zichzelf als man noch als vrouw identificeren. De Nederlandse taal kent in het enkelvoud voor personen alleen de mannelijke voornaamwoorden hij/hem/zijn en vrouwelijke voornaamwoorden zij/haar/haar. Erkenning van non-binaire personen is daardoor taalkundig niet mogelijk.

Niet zwart/wit

De gemiddelde man of vrouw zal daar nooit bij stil staan. Die ziet ook alleen maar mannen en vrouwen. Maar de wereld is niet zo zwart-wit. Er zijn minstens net zo veel non-binaire transgender personen als transgender mannen en vrouwen. Je ziet ze alleen niet op TV en leest er zelden over in de krant. Dankzij taal kunnen ze wél zichtbaar worden en erkenning krijgen.

Zweden

In Zweden hebben ze inmiddels al twee jaar de non-binaire aanspreekvorm hen in gebruik naast han voor mannen en hun voor vrouwen. In het Engels is het al bijna gemeengoed om het meervoudige they enkelvoudig te gebruiken voor non-binaire personen.

Omarmen

Over 3 weken weten we wat het in Nederland kan worden. Uiteindelijk is het de samenleving die het voornaamwoord moet gaan omarmen. Wat hulp van de overheid, journalisten en dappere leraren zal helpen. Wie weet komt TNN daarna nog met de verkiezing voor benaming van non-binaire (familie)relaties.

De verkiezing duurde van 9 mei tot 23 mei 2016. Een week na sluiting van de verkiezing maakte TNN de uitkomst bekend in een persbericht. Er kon gekozen worden uit de volgende mogelijkheden:

1. die / die / diens – voorbeeld: Die heeft gestemd. / Geef die een stem. / Het is diens stem.
2. hen óf die / hen /hun – voorbeeld: Die/Hen heeft gestemd / Geef hen een stem. / Het is hun stem.
3. dee óf dij / dem / dijr – voorbeeld: Dee/Dij heeft gestemd / Geef dem een stem / Het is dijr stem.

De keuze is gevallen op de tweede mogelijkheid, dus het is “hen” geworden. Geen erg handige keuze als je het mij vraagt: de woorden “hen” en “hun” zijn in het Nederlands toch al erg verwarrend en dit maakt de situatie er niet veel beter op.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *